donderdag, 15 maart 2018

Journalist Ynske Boersma reisde met steun van het Postcode Loterij Fonds naar de Colombiaanse provincie La Guajira, waar Latijns-Amerika´s grootste steenkoolmijn El Cerrejón zowel de watervoorziening als de gezondheid van inheemse gemeenschappen in het gebied in gevaar brengt. Steenkool waarmee onze Nederlandse elektriciteitscentrales deels draaiende worden gehouden.

De zon is net op wanneer ik aankom in het inheemse Wayuu-reservaat Provincial, in de noordelijke Colombiaanse provincie la Guajira. In de verte klinkt gedreun, en hier en daar stijgen rookpluimen op uit de krater van de dichstbijzijnde mijnput. ´Dat gaat dag en nacht zo door,´ zegt bewoonster Luz Angela Uriana, terwijl ze mais maalt voor de chicha. ´En wanneer ze de bodem opblazen, trillen onze huizen als een mobieltje.´

Op een paar honderd meter afstand van het reservaat ligt steenkoolmijn El Cerrejón, de grootste open-pit steenkoolmijn van Latijns-Amerika. Honderdduizend ton steenkool haalt het bedrijf hier dagelijks uit de grond. Een deel daarvan zal uiteindelijk worden verstookt in onze elektriciteitscentrales, een nog groter deel bereikt andere Europese landen via de Rotterdamse haven.

Maar het bedrijf, gedeeld eigendom van de multinationals Glencore, Billiton en Anglo-American is niet zo responsible als het zich op zijn website en in zijn PR graag doet voorkomen. Hun werkzaamheden verstoren de waterhuishouding in het toch al zo droge gebied dusdanig dat vele gemeenschappen in de buurt van de mijn nu zijn aangewezen op vervuilde putten of helemaal zonder water zijn komen te zitten.

Alles moet wijken voor de mijn, van gemeenschappen tot rivieren. Het graven van mijnputten doet beken en voorraden grondwater verdwijnen, en bovendien heeft het bedrijf reeds drie beken omgelegd. Plannen om ook de belangrijkste rivier van de provincie elf kilometer om te leiden, werden onder groot sociaal protest afgeblazen. De bewoners proberen nu bij de rechter verdere uitbreidingen van het bedrijf tegen te houden.

Bovendien doet de luchtvervuiling door het mijnstof de longen van omwonenden zwart zien en hun huid ontsteken. Zij zagen de mijn zo dichtbijkomen dat ze daar nu letterlijk op uitkijken. Lokale dokters bevestigen dat ze het aantal long- en huidziekten sinds de komst van de mijn hebben zien toenemen. Wanneer ik het lokale ziekenhuis bezoek, zie ik op de eerste hulp een vijftal kinderen met ademhalingsproblemen.

Een ´imaginair probleem,´ noemt een verantwoordelijke van El Cerrejón de longziekten wanneer ik de mijn bezoek. Ze willen me doen geloven dat ze met hun megaoperatie geen luchtvervuiling veroorzaakt. ´We zijn continu bezig met sproeien om te voorkomen dat het stof wegwaait,´ zegt een opzichter. Ik kijk naar de huizenhoge laadwagens, die nog grotere zwarte stofwolken in hun kielzog achterlaten, en vind het moeilijk te geloven.

Provincial ligt in de provincie La Guajira, tegen de grens met Venezuela. Een wild westen waar de smokkelaars van Venezolaanse benzine geregeld politieposten in de fik steken, indien de politie weigert de andere kant op te kijken. De overheid schittert hier vooral door haar afwezigheid. Zo is de waterleiding van Provincial al vier maanden stuk, zonder dat die wordt gerepareerd. Hun drinkwater kopen ze sindsdien in het dichtstbijzijnde dorp, en voor de rest gebruiken ze de vervuilde rivier.

Naar de klachten van de bewoners wordt niet geluisterd. Laat staan dat hun leven is verbeterd door de komst van de mijn. Van de inkomsten van het megabedrijf blijft een verwaarloosbaar deel achter in de provincie, terwijl de bewoners hun bestaansmiddelen van voorheen zijn verloren. Jagen, vissen, geiten houden en het land bewerken, het is nauwelijks meer mogelijk. Of zoals bewoner Jairo Fuentes Epiayu het samenvat: ´We worden van alle kanten genaaid.´

Lees ook de tweede blog die Ynske Boersma schreef over haar reis naar Colombia.