dinsdag, 7 januari 2014

Myanmar, een land waar na 50 jaar dictatuur een transitie aan het voltrekken is. Het leger lijkt voorzichtig op weg naar de achterdeur, leden van de oppositie zijn vrijgelaten en de censuur werd verlicht. Maar hoe democratisch is Myanmar eigenlijk? Hoe substantieel en onomkeerbaar de hervormingen? Wat zijn de bedreigingen in deze overgangsjaren? Journalist Hans Hulst reist met financiële steun van het Postcode Loterij Fonds voor journalisten door Myanmar op zoek naar de antwoorden. Hij spreekt er met zakenlieden, politici, burgers en collega journalisten. Volg zijn bevindingen in de blog die hij bijhoudt.

 

Blog 1. Door: Hans Hulst

In Myanmar (voorheen: Birma) volgen de ontwikkelingen elkaar in sneltreinvaart op. Na de verkiezingen van 2010 trad voor het eerst sinds 1960 een democratisch gekozen parlement aan en begon de nieuwe president, voormalig luitenant generaal Thein Sein, aan een ambitieus hervormingsprogramma, dat door de EU en de VS beloond werd met het opheffen van de economische en diplomatieke sancties.

Een van de opvallendste veranderingen is de ontluikende persvrijheid. De raad van censors (PSRB) werd in augustus 2012 opgeheven en in april 2013 werden dagbladen toegestaan. In de straatstalletjes en door krantenjongens langs de weg worden tegenwoordig dagbladen als Myanma Freedom, Daily Eleven, en the Yangon Times driftig aan de man gebracht. In de nieuwe uitgaven kan het publiek lezen over onderwerpen die voorheen taboe waren: het wel en wee van oppositieleidster Aung San Suu Kyi, de bedroevende gezondheidszorg, de armoede. Het perslandschap is na vijftig jaar militaire beknotting weer tot leven gekomen.

Voor cartoonisten is de nieuw gevonden vrijheid een verademing. In een galerie in Yangon tref ik Zaw Mong, die al sinds de jaren tachtig publiceert. Hij herinnert zich nog goed dat tot eind 2011 elk tijdschrift voor verschijnen door de raad van censors moest worden gekeurd. “Door symboliek te gebruiken in cartoons probeerden we de censors te misleiden. We hoopten dat het publiek de symbolen wel begreep. Als we over de schreef gingen, werd de pagina in zijn geheel uitgescheurd. Dat betekende dat ook het werk van een collega op de achterkant van de pagina verdween.”

Soms werden onschuldige cartoons, zonder enige politieke lading, verworpen. “Het waarom kregen we nooit te horen,” zegt Zaw Mong. “Eigenlijk is een hele generatie van cartoonisten de nek omgedraaid.”

Tegenwoordig tekent Zaw Mong editorial cartoons voor de voorpagina van het tijdschrift Tharaphu. Over censuur hoeft hij zich geen zorgen meer te maken. “Ik kan tekenen wat ik wil. Mijn werk wordt niet meer verstoord, mijn opdrachtgevers niet meer lastig gevallen. Het is ook gemakkelijker geworden om mijn brood te verdienen; er zijn veel meer media. Sommige collega’s laten in de nieuwe situatie alle opgebouwde woede van de laatste decennia de vrije loop. Te vaak wordt er gekozen voor persoonlijke aanvallen. Dat vind ik jammer.”

Zaw Mong is een echte liefhebber. Hij trekt er nog altijd op uit om met een schetsboek ‘in het wild’ straattafereeltjes te aquarelleren. “Zolang ik kan tekenen of schilderen ben ik gelukkig. En natuurlijk ben ik opgetogen over het opheffen van de censuur. Maar we moeten niet vergeten dat ondanks de hervormingen in Myanmar het leven van de gewone man weinig is veranderd. Veel van de oude problemen bestaan nog steeds.”