woensdag, 6 november 2019

Met steun van het Postcode Loterij Fonds voor journalisten reisden Jacqueline Maris en Dike ten Kate af naar Sulawesi, waar zij in de voetsporen traden van Dike's grootvader Pieter, die erheen ging om het geloof te brengen. Zijn naam gonst nog steeds over de hoogvlakte.

Het idee ontstond bijna twee jaar geleden. Mijn vriendin Dike ten Kate die een dorp verderop woont, liet me de brieven van haar opa zien. In een bijna niet te lezen handschrift schreef hij prachtige zinnen en beschrijvingen. Over een reis naar het andere eind van de wereld, een eeuw geleden. Ik moest daar iets mee doen.

Het waren stapels brieven. Dike vond ze in de kist die haar oma Anna naliet. Ze waren van niet zomaar een man, maar van een 28-jarige die in 1908 op trein en boot stapte, en later te voet en te paard verder ging om zijn missie aan de andere kant van de wereld te vervullen.

‘Gods pionier’ was hij, Pieter ten Kate, die op de Napoe hoogvlakte op midden Sulawesi (toen nog Celebes) het geloof wilde brengen.

Deze vlakte was tot vlak voor zijn aankomst in Celebes nog een witte vlek op de kaart, het Hollands Gezag had de grootste moeite om er de baas te worden. En toen Pieter eindelijk een jaar na zijn aankomst naar boven kon klimmen, wachtte hem geen eenvoudige taak, omdat de Napoe en Besoa elkaars koppen snelden, dagenlange dodenfeesten hielden, geloofden in vooroudergeesten en niet terugschrokken voor slavernij en mensenoffers.

Daar schrijft hij over.

En daar wilden Dike en ik naar toe, in de voetsporen van Pieter ten Kate.

Op reis

Het werd niet alleen het verhaal van Pieter ten Kate dat op 12 januari in Trouw verscheen (online en als podcast) tegelijkertijd met een printverhaal over onze zoektocht naar zijn graf. Nee, het gaat ook over oma Anna die in 1913 – met de handschoen getrouwd – Pieter achterna reist. Door het oerwoud draagt ze een broek onder haar lange rok, maar toch weten bloedzuigers haar benen te bereiken.

Anna en Pieter en de kleine Roelof, de vader van Dike ten Kate, 6 juni 1916

‘Liefde over het graf heen’ noemde ik mijn ambitieuze project, omdat Anna een boekje naliet met de titel “Verslag van de gelukkigste jaren van mijn leven 1913-1918”. Zij is nooit hertrouwd en werd in 1969 in Wolvega begraven. Van Pieters graf ergens op Sulawesi bestaat één foto, achter een keurig hekje in het vierkant. Hij bezweek in 1918 aan de Spaanse Griep.

Honderd jaar later reisden kleinkind Dike en ik in januari 2018 naar Sulawesi om er zijn graf te zoeken. Daarover gaat het reisverhaal in de krant. Onderweg vonden we veel terug van waar Pieter en Anna over schrijven, zoals het huis waarin ze woonden. En we ontmoetten mensen die zich Ten Kates ‘kleinkind’ noemen omdat hun grootouders door hem werden gedoopt. De naam Ten Kate gonst nog steeds over de hoogvlakte.

De vlakte is ver weg van de wereld; er is alleen ‘s nachts om drie uur wat internet en vreemdelingen komen er nauwelijks. De weg naar boven is - net als in Pieters beschrijvingen – steil en moeilijk onbegaanbaar.

Tijdens haar reis naar Indonesië werkte Jacqueline Maris ook aan een reportage over palmolie. Hiervoor werd ze genomineerd voor een Best Report Award. Lees hier haar blog over de reportage.