woensdag, 7 juni 2017

Wie een productie maakt over ‘The Holy Road’, de weg die dwars door de Westelijke Jordaanoever loopt, moet die weg op z’n minst zelf helemaal hebben gereden. Dus op een vroege zondagochtend gingen mijn collega Dirk-Jan Visser en ik vanuit Oost-Jeruzalem, onze woonplaats, op pad. Op naar het zuidelijke Metar-checkpoint. Dit is het punt waar Route 60, de weg van onze roadtrip, tussen het Israëlische Be’er Sheva en het Palestijnse Hebron de Westelijke Jordaanoever betreedt.

Fotograaf Dirk-Jan Visser en journalist Derk Walters maakten een reportagereis naar de Westelijke Jordaanoever met financiële steun van het Postcode Loterij Fonds voor journalisten van Free Press Unlimited. Bekijk ook de interactieve documentaire The Holy Road die Dirk-Jan en Derk maakten over de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever, die nu precies 50 jaar duurt.

Ik was steeds de chauffeur, Dirk-Jan zat naast me met zijn camera. Want niet alleen het rijden zelf was het doel. We wilden enkele heilige plaatsen in beeld brengen – de productietitel spreekt niet voor niets van de ‘heilige weg’. Op enkele andere plaatsen, zoals het kruispunt bij de nederzettingen van Gush Etzion, waren Palestijnse aanslagen gepleegd. En we wilden ook enkele zichtbare aspecten van de bezetting filmen, zoals road blocks, checkpoints, earth mounds en de afscheidingsmuur.

Dirk-Jan moet tientallen keren tegen me hebben gezegd: even wat zachter nu, kun je die rotonde nog eens nemen, even een stukkie terug. Of ik zag zelf een Palestijnse schaapherder aan komen lopen met zijn kudde, waarna ik dacht: over vijf minuten levert dit een schitterend beeld op. Door al dit soort overwegingen duurde het gerust een hele werkdag om honderd kilometer af te leggen.

Op sommige plekken, zoals bij checkpoints, moesten we op onze hoede zijn. De camera van Dirk-Jan was van buitenaf best goed te zien. En de soldaten bij een checkpoint stellen het doorgaans niet zo op prijs om gefilmd te worden. Meestal besloten we het zekere voor het onzekere te nemen. Zo zijn bij het Metar-checkpoint niet de poortwachters van de West Bank in beeld, maar het dashboard van mijn onvermoeibare Renault Mégane.

Maar de dreiging kwam niet alleen van Israëlische militairen. In Jenin werden we een keer klemgereden door Palestijnse agenten die onze auto met Israëlische nummerplaat niet helemaal vertrouwden. Waren we misschien geheim agenten? Verdwaalde toeristen? Of allebei?

Uiteindelijk checkten ze onze paspoorten en perskaarten, en was het ook hun al snel duidelijk dat we geen gevaar voor de veiligheid vormden. Zoals we Israëlische soldaten af en toe probeerden te paaien met een paar woordjes Hebreeuws, werkte dat kleine mondje Arabisch van ons ook in ons voordeel: Marhaba! Kifek! De agenten wensten ons een goede dag terug. En zo kwamen we ook het laatste deel van de route ongeschonden door.

Fotobijschrift: filmstill uit The Holy Road waar de Palestijnse veiligheidsdienst ons aan de kant van de weg zet.