donderdag, 31 juli 2014

Fotograaf Dirk-Jan Visser, multimedia journalist Martijn van Tol en tekenaar Jan Rothuizen besloten de krachten te bundelden en een multimediaal avontuur aan te gaan in een Iraaks vluchtelingenkamp. Met financiële steun van het Postcode Loterij Fonds voor journalisten reisden ze naar Irak, maar daarmee waren ze er nog niet...

Blog 1. Door: Dirk-Jan Visser

Vluchtelingen zien er vaak hetzelfde uit, althans zo wil de berichtgeving. ‘She knows you care’ staat er boven een foto van een peuter die je met grote ogen aankijkt op de poster van Save the Children. Vrouwen achter prikkeldraad, wanhopig, huilend, met kinderen op de arm, lange rijen mensen wachtend bij een VN truck op zakken meel en water. Dat zijn vluchtelingen.

Maar mensen verblijven vaak jaren, soms decennia in een vluchtelingenkamp. Levens beginnen en eindigen binnen de hekken van een kamp, mensen worden er verliefd en verhuizen, zoeken werk of gaan uit eten. Wij raakten gefascineerd door de vraag: hoe ziet het dagelijks leven in een vluchtelingenkamp er uit?

Of eigenlijk wilden we een verhaal maken vanuit een vluchtelingenkamp, het kamp als achtergrond voor persoonlijke verhalen van mensen die zich moeten verhouden tot een nieuwe realiteit. En in die nieuwe realiteit; hoe regel je huisvesting, zijn er mogelijkheden om op vakantie te gaan, hoe organiseer je een inkomen en wat doe je als je wilt trouwen. Hele basale vragen die voor iedereen ter wereld gelijk zijn.

In eerste instantie lag de grootste uitdaging bij onszelf. Hoe toegang te verkrijgen tot het kamp. Na maanden van research besloten we de verhalen te vertellen vanuit het Domiz kamp in Koerdisch Irak vlakbij Duhok, waar rond de 64.000 Syrische vluchtelingen verblijven.

De internationale NGO’s middels witte tenten en blauwe letters doen ons graag geloven dat zij de baas over het kamp zijn, maar niks is minder waar. De lokale Koerdische autoriteiten bepalen wie wanneer en hoe het kamp binnen komt. Wij gaven wij per mail in de weken voor vertrek aan dat we voor 2 weken 24/7 toegang tot het kamp wilden hebben. Na vijf onbeantwoorde mails en verschillende telefoontjes werd ons aangeraden via informele contacten, de toestemming om in het kamp te werken ter plekke met de betrokken instanties te regelen. We baalden verschrikkelijk dat we niet in staat bleken dit essentiële onderdeel van te voren te regelen. In ieder geval begon hier een avontuur waar Kafka zijn vingers bij zou afgelikt hebben.

Ondanks dat je als freelance journalist continue te maken hebt met onzekerheden als voldoende opdrachten, publicatie garanties en financiën, is de vervelendste onzekerheid toch wel of je het verhaal überhaupt wel of niet kunt maken.

Internationale NGO’s verzekerden ons dat het kamp elke dag geopend zou zijn, en de lokale overheid schreef een toegangsbrief met de begeleidende mondelinge boodschap dat we twee weken volledige toegang hadden. Wat waren we blij. Maar bij aankomst in het kamp bleek dat de brief ons slechts voor een dag toegang verschafte, en dat de lokale autoriteiten niet te werken op vrijdag en zaterdag, dan zou het kamp voor ons gesloten zijn. We zouden nog een dag nodig hebben de formaliteiten te regelen. Toen hoorden we dat we van de 14 dagen slecht 5 dagen in het kamp zouden kunnen verblijven en dan alleen van 09:00 uur tot 16:00 uur, de tijden dat de ambtenaren aanwezig waren. De volgende dag bleek dat de voorlichter in het kamp ook nog eens twee dagen vrij was, en we hadden geen rekening gehouden met de Iraakse verkiezingen. Het hele land zou om veiligheidsredenen op slot zitten op de verkiezingsdag en de dag ervoor en erna. We mochten niet eens naar het kamp reizen, laat staan binnenkomen.

Na veel gedoe werkten we onszelf naar binnen in het kantoor van de hoogste baas, die wisten we te overtuigen. Hij beloofde ons onbeperkt toegang tot het kamp, mits de UNHCR de verantwoordelijkheid voor onze veiligheid op zich nam en de Volkskrant een brief zou schrijven dat wij op eigen risico in Irak opereerden en er dus geen schadeclaims zouden komen als ons iets zou gebeuren.

We waren binnen, we mochten elke dag in het kamp werken.

Een mooie metafoor is de toegangsbrief die we dag 1 kregen van de lokale ambtenaar die verantwoordelijk is voor de toegang van journalisten. In de loop van de twee weken kwamen er steeds meer handgeschreven teksten en stempels bij, naarmate wij hoger klommen in de ambtelijke hiërarchie en tussenpersonen, zoals de persvoorlichter die ons zag als bedreiging voor zijn eigen journalistieke activiteiten wisten te omzeilen.

Het blijft een lastig verhaal om je intenties duidelijk te maken aan mensen die journalisten wantrouwen, vaak terecht, die in principe de journalistiek zien als een bedreiging voor hun functioneren, journalisten zien als soort spionnen en sowieso geen idee hebben waar je het over hebt als je praat over het concept van interactieve multimedia en je streven om ‘mensen in vluchtelingenkamp in hun dagelijks leven vast te leggen’.

We hebben de emailadressen van al deze mensen genoteerd en zien de post-productie als een zeer belangrijke fase waarin we ons werk opsturen naar Irak en benieuwd zijn naar de reacties.

 

Wordt vervolgd……

 

Meer over het Postcode Loterij Fonds voor journalisten