woensdag, 8 juni 2016

Kinderen die op Piazza della Repubblica sliepen, vrouwen die zich douchten bij opvangcentrum Centro Astalli, alleenstaande moeders die opgevangen werden bij de nonnen van Calcutta en jongeren die rondhingen bij de kebabzaak Ali Baba. Vorig jaar waren de vluchtelingen uit Eritrea, Sudan, Somalië en Nigeria overal op straat te vinden. Er was te weinig plek voor hen in de officiële opvangcentra en bovendien wilden ze er zelf niet blijven.

Blog door Gabriella Adèr. Zij maakte met Cigdem Yuksel een reportagereis naar Sicilië met financiële steun van het Postcode Loterij Fonds voor journalisten van Free Press Unlimited.

Dit jaar besloten we terug te keren naar Sicilië om onder andere fotoverhalen te maken over de kinderen en vrouwen die op straat hun weg proberen te vinden. Maar het wordt ons lastig gemaakt: de eerste dagen kunnen we hen simpelweg niet vinden in de straten van Catania. Een goed teken voor de Italiaanse opvangcentra. Vrouwen en minderjarigen worden direct opgevangen in zogenoemde communità net buiten het centrum.

Ze worden scherp in de gaten gehouden; met busjes gaan de minderjarigen naar de moskee op vrijdagmiddag, vlak voor aanvang van het vrijdagmiddag gebed om 14.30. Na het gebed worden ze weer keurig opgehaald en thuis gebracht. Als wij met de jongeren in contact proberen te komen, blijft een begeleider argwanend in de buurt staan. Oplettend als hij is, beschermt hij zijn jonge, ‘zwakke’ kroost tegen de camera van nieuwsgierige journalisten. We verbazen ons; hebben we ons dan zo vergist? Zijn er geen jongeren of vrouwen meer op straat?

Prompt een dag later komen we via een Eritrese vriend, Abdel, in contact met een groep jonge tieners die enkele dagen ervoor aangekomen zijn op Sicilië. Enkelen van hen zaten op de boot die eind mei kapseisde, waardoor ruim 400 migranten verdronken. Ze slapen nu wel in een opvangplaats, maar zwerven verder de hele dag buiten.

De volgende ochtend zien we ze weer, ditmaal bij de fontein vlakbij centraal station. Abdel komt naar ons toegelopen met vier jonge, Eritrese meisjes in zijn kielzog. Ze zijn weggelopen van hun opvangcentrum nadat jongens er slaags raakten met elkaar. De meisjes zijn van plan om diezelfde dag nog naar een oom van één van hen, die in Ancona woont, af te reizen.

De hele dag hangen we met hen rond de fontein, waar de vijftienjarige meisjes schoenen en kleding krijgen van een lokale hulporganisatie. Het brood en de flesjes water raken ze nauwelijks aan, ze hebben absoluut geen trek. Ze zitten en wachten, proberen familieleden te bereiken met onze mobieltjes en kletsen wat met de Eritrese jongens die zich bij hen hebben gevoegd. Aan het einde van de dag proberen de meisjes in een vieze stationstoilet zich enigszins te fatsoeneren – ze doen hun haar in traditionele knotjes, poetsen hun tanden zonder tandpasta- voordat ze de bus naar Ancona nemen.

Ze zijn niet de enige jonge migranten. Een buschauffeur legt uit dat er dit jaar opvallend meer jonge kinderen zijn dan het jaar er voor. Het is nu nog geen ‘hoogseizoen’, maar hij verwacht dat vanaf juli/augustus zeker 80 tot 90 kinderen per dag hun communità ontvluchtten om met bussen verder naar Noord- Europa te komen.

Het is stilte voor de storm.

Foto: Cigdem Yuksel