maandag, 30 december 2019

Journalisten Ingrid Gercama en Nathalie Bertrams reisden naar Kenia om te onderzoeken waar de kleurrijke zee siervissen in de aquaria van Nederlandse hobbyisten eigenlijk vandaan komen. Aan de kust rond Mombassa ontmoetten ze vissers en exporteurs en leerden over de ecologische kost van de wilddierhandel.

Tanne Hoff uit Vlaardingen, snapt wel hoe “een visje je hart sneller kan laten kloppen”. De biologieleraar kon weleens de beroemdste zeewater aquarium hobbyist van Nederland zijn. Hij spreekt op conferenties, reist met zijn familie naar alle plekken waar populaire en bijzondere aquariumvissen vandaan komen en schrijft bestsellers over zijn ervaring. Op Facebook post hij foto’s met hashtags als #fishporn en #allmymoneygoestocorals. “Het is natuurlijk totale onzin,” lacht Hoff met een goede dosis zelfspot, “maar het maakt mensen blij.” Toch maakt hij zich steeds meer zorgen over de duurzaamheid van zijn hobby: “De meesten hebben geen idee waar hun vis vandaan komt.”

Miljoenen siervissen vliegen jaarlijks Schiphol binnen. Ze komen van ver: uit tropische wateren gevangen, belanden ze als huisdieren of kleurrijke decoraties in onze huiskamers. De visjes voor de Nederlandse aquariumbakken komen vooral uit Aziatische landen, meestal uit de koraaldriehoek rond eilanden in de Filipijnen en Indonesië, banden al gevormd tijdens de koloniale tijd. De handel in levende aquariumdieren omspant wereldwijd meer dan 125 landen, en heeft een geschatte waarde van ongeveer negen miljard euro (inclusief accessoires als aquariumbakken, speciaal licht en chemicaliën).

Fotograaf Nathalie Bertrans

Kenia is een opkomende speler in deze geglobaliseerde handel. Het Oost-Afrikaanse land ligt aan een van de grootste kustriffen in Afrika, en is een belangrijke nieuwe leveranciers voor siervissen aan de Europese markt. Hier zwemmen onder andere exclusieve hybride keizersvissen, anemoonvissen - “Nemo’s” - en zelfs hamerhaaien: voor elke liefhebber, dierenspeciaalzaak of -tuin wel wat wils. Maar de riffen worden sterk bedreigd. In de afgelopen decennia is door een dodelijke cocktail van overbevissing, toerisme en klimaatverandering meer dan een vijfde van het koraal wereldwijd vernietigd, en de vangst van siervissen zet het bedreigde ecosysteem nog verder onder druk.

Becka, een visser uit stranddorpje Kanamai vangt kleine tropische diertjes “voor rijke klanten”. De vangst biedt een broodnodige inkomstenbron voor veel jonge Kenianen aan de kust, waar werkeloosheid hoog is. De dertiger duikt dagelijks de Indische Oceaan in: vinnen aan de voet, duikbril op het hoofd en twee gerepareerde visnetten in de hand. Tussen de koraalvelden drijft hij zijn bontgekleurde prooi in een handnet en schept de dieren vervolgens zachtjes in een plastic zak. Ze moeten met zorg behandeld worden: beschadigde goederen verkopen niet. Terug op land snelt hij naar exporteurs, en verkoopt zijn vangst aan de hoogste bieder. Op een goede dag verdient hij 1000-2000 Keniaanse shilling, ongeveer 8-15 Euro. “Het is zwaar werk”, zegt Becka die iedere dag meer dan drie uur zonder wetsuit in het koele water zwemt.

Vissers als Becka moeten steeds verder de zee in zwemmen om vissen te vinden: het koraalrif is ernstig beschadigd na een temperatuurstijging van het zeewater door el Niño in 1998 en 2016. Koraalrif is van kritiek belang voor het behoud van biodiversiteit van de planeet: meer dan een kwart van alle zeevis en een miljoen unieke dier- en plantensoorten leven tussen de poliepen. Het rif beschermt menselijke nederzettingen in kustgebieden tegen hoge golfslag en kusterosie en brengt levensonderhoud voor miljoenen vissers. Volgens een onderzoek van de Verenigde Naties zullen de fragiele ecosystemen rond 2050 voorgoed verdwijnen.
Fotograaf Nathalie Bertrans
In Kenia is al meer dan een kwart van het rif verwoest. Wetenschappers wijzen erop dat de vangst voor aquaria liefhebbers ook een negatief effect kan hebben op de biodiversiteit. De Keniaanse overheid heeft weinig overzicht op de handel en er zijn geen wettelijk vastgelegde quota die de vangst reguleren. Het Keniaanse onderzoeksinstituut KMFRI vreest dat sommige dieren zo gevangen worden, dat vispopulaties zich niet meer kunnen herstellen: gerichte visserij op bepaalde maten, kleuren en kenmerken vermindert het al zeer delicate evenwicht in het rif. Zoals bijvoorbeeld bij de populaire doktersvis (de "Dory"). Als die geen algen meer uit het koraal kan grazen dan slibt het rif dicht, en sterft het langzaam af.

Rene Jorgensen, de Deense eigenaar van Tropical Sealife en wellicht de meest belangrijke exporteur in Oost-Afrika, benadrukt dat zijn vissen altijd duurzaam worden gevangen, stuk voor stuk met een handnet. Jorgensen beargumenteert dat er niet voldoende data beschikbaar is om zulke claims te maken. Hij kaatst de bal terug: "Mensen zeggen tegen mij, Rene, je haalt alle vissen uit de zee. Ik zeg dan: hoeveel nakomelingen zou de vis op je bord in het restaurant gehad kunnen hebben?” De oorzaken van het afsterven van het rif liggen toch echt ergens anders, zegt hij, en wijst naar de trawlers, die met sleepnetten de Afrikaanse wateren leeg vissen, en de baggerschepen die voor de nieuwe haven van Mombassa - 20 kilometer verderop - massaal koraal onder zand bedolven.

Een oudere man met een vissersnet over zijn schouders gedrapeerd, loopt in de miezerregen langs de kust. Kitsoa Kitenge, ook wel “Kalamari” genoemd, woont in een van de houten hutten in het met palmbomen omzoomde kustdorpje waar ook visser Becka woont. De andere huizen werden al jaren geleden verwoest om plaats te maken voor luxe hotels. Het massatoerisme blijft het ecosysteem ook verder onder druk zetten. Hij wijst met zijn stok naar de zee en vertelt dat hij vreest dat hij het koraal uit zijn jeugd nooit meer zal zien: "Weet je, mensen groeien sneller dan het rif.”

Blog door Nathalie Bertrams en Ingrid Gercama. Zij profiteerden van een reportagereis naar Kenia met financiële steun van de Postcode Loterij Fonds voor journalisten van Free Press Unlimited. De reportage van Ingrid en Nathalie uit Kenia wordt gepubliceerd in De Groene Amsterdammer en de Süddeutsche Zeitung.

Fotograaf Nathalie Bertrans