donderdag, 21 januari 2016
In de door burgeroorlog geteisterde Centraal-Afrikaanse Republiek kan radio het verschil betekenen tussen leven en dood. Hoe helpt Jean Ignace Manengou onafhankelijke radiostations?

Sinds maart 2013 woedt in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) een oorlog tussen Islamitische en Christelijke rebellen. Plunderingen en moord hebben inmiddels duizenden doden gemaakt en meer dan een kwart van de bevolking is op de vlucht. Jean Ignace is journalist in dit straatarme land in crisis, waar nauwelijks sprake is van onafhankelijke pers.

Wat doet jouw organisatie?

“Ik ben zelf journalist en vertegenwoordiger van Association of Central African Community Radio Stations (ACR), waarmee ik tussen de 25 en 30 lokale radiostations heb helpen opbouwen. Vanuit veel communities komt de vraag: “Help ons met een radiostation!” Mensen hier beseffen steeds meer dat je informatie nodig hebt om veilig te blijven en om jezelf te ontwikkelen. Ook de lokale radio blijft zich ontwikkelen. Via de radiostations informeren we burgers waar het veilig is. Waar kunnen mensen wel en niet heen gaan wanneer ze op de vlucht zijn voor de rebellen?” Voor Jean is het verschaffen van praktische informatie de belangrijkste functie van lokale radio. Maar het moet ook afleiden van de ellende, vindt hij. “Er is nog steeds veel moois dat we onder de aandacht willen brengen: muziek, sport, cultuur en sociale projecten.”

Waarom is dit project belangrijk?

“Informatie is voedsel voor de geest. En voor veel mensen is dit de enige bron van onafhankelijke informatie. Mijn moeder is bijvoorbeeld analfabeet. Aan een krant heeft ze niets. En zij is absoluut niet de enige. Veel mensen kunnen hier niet lezen en schrijven.” Dankzij de steun van Free Press Unlimited aan ARC heeft Jean zo’n dertig lokale radiostations helpen opbouwen. “Vaak ontbreekt het deze radiostations aan middelen, technische kennis en journalistieke know how.”

Wat maakt dit project uniek?

“De ARC bestaat al sinds 2009. Journalisten komen en gaan, maar radio blijft bestaan. Mensen zullen hier altijd radio nodig hebbenomdat het hun enige bron van betrouwbare informatie is. De ARC wordt steeds sterker en meer zelfvoorzienend. Op den duur wil ik me uit de organisatie terugtrekken en zelf een educatief radiostation beginnen, voor de boeren in de rurale gebieden.”

Welke obstakels ben je tegengekomen?

“Radio Beoko (Sango voor: één hart) berichte over plunderingen en moorden door rebellen. Vervolgens moesten wij er zelf aan geloven en werd ook Radio Beoko door de rebellen geplunderd en vernield. ARC ondersteunde het radiostation om weer 'on air' te gaan. Daarna zijn de rebellen terug gekomen en hebben het radiostation tot op de grond afgebrand."

Op welke resultaten ben je het meest trots?

"Op de gemeenschap en hoe de mensen zelf hebben gewerkt aan de wederopbouw van de radiostations. “De ouderen in het dorp zeiden: we hebben niks, alleen maar onze handen. En dus hielpen ze opruimen. Nadat het radiostation was geplunderd door rebellen verspreidde de apparatuur zich over de omgeving. Mensen spraken elkaar erop aan wanneer ze materialen bij elkaar zagen staan: breng dat terug, zeiden ze tegen elkaar.”

“Trots ben ik ook op het feit dat ik werk aan de enige bron van informatie die hier beschikbaar is. En dat we het volhouden! Steeds weer opnieuw.”