woensdag, 24 april 2013
'In het buitenland vragen ze ons vaak of we helmen dragen en kogelwerende vesten, alsof we ten strijde trekken. Nee dus, we proberen zo normaal mogelijk te doen, want anders heb je geen leven. Naar het park gaan, naar de film, met vrienden uitgaan. Natuurlijk, je neemt wel veiligheidsmaatregelen, gebaseerd op je gezonde verstand, maar meer dan dat ook niet.' Sergio Haro (56) weigert zich een oorlogsverslaggever te noemen, ook al doet hij zijn werk te midden van een verwoestend conflict: de Mexicaanse drugsoorlog.

Door: Cees Zoon

Meer dan 70 journalisten zijn sinds 2000 vermoord in Mexico, en ook het weekblad Zeta, waar Haro sinds 1987 als verslaggever werkt, is niet ontsnapt aan dat gerichte geweld. Twee collega´s zijn doodgeschoten, en voormalig hoofdredacteur Blancornelas raakte zwaar gewond bij een aanslag. Haro zelf is herhaaldelijk bedreigd, en had lange tijd een door de overheid toegewezen lijfwacht. Daar heeft hij uiteindelijk voor bedankt want 'op die manier heb je helemaal geen privé-leven meer'.

Kan een journalist die in deze omstandigheden werkt zichzelf wel beschermen? 'De kernvraag is hoe we de risico´s die we lopen tot een maximum kunnen beperken. Essentieel is dat we druk uitoefenen op de autoriteiten, want de straffeloosheid is een van de redenen waarom dingen blijven gebeuren. Zelden wordt de dader van een moord op een journalist gevonden. Zolang de daders niet worden gepakt, blijven de criminelen denken dat ze er ongestraft mee door kunnen gaan.

'Ook is het noodzakelijk dat wij ons organiseren als een sterke beroepsgroep op nationaal niveau. Die bestaat simpelweg niet. Met alle respect voor de groepjes die het geprobeerd hebben, er is niet één sterke journalistenorganisatie die ertoe kan bijdragen dat we ons beter beschermd voelen. Want in werkelijkheid lijkt het er op dat we allemaal alleen staan.'

De Mexicaanse politiek doet weinig of niets om de journalisten te beschermen. Eind vorig jaar nam het parlement een wet aan die het vermoorden van een journalist 'opwaardeert' tot een federaal misdrijf. 'Ja, daar schieten we natuurlijk niets mee op. Telkens wanneer iemand van ons wordt vermoord, gaan we de straat op, huilend, machteloos, eisend dat er iets wordt gedaan. Maar na een paar weken is het weer vergeten. Dat is natuurlijk dramatisch.'

Gezien deze context is het opvallend te zien in de documentaire hoe rustig en sereen de journalisten van Zeta overkomen. 'Kijk, we hebben het niet makkelijk, en we moeten ons werk doen in uiterst moeilijke omstandigheden. Maar aan de andere kant, moeten we hiermee leren leven, want anders hebben we letterlijk geen leven. Je niet overgeven aan de paranoia, het voortdurend op je hoede zijn, letten op de schaduwen achter je, bepaalde plekken mijden. Je moet  proberen een zo normaal mogelijk leven te leiden, want anders wordt je leven een nachtmerrie.'

Journalistiek bedrijven in deze omstandigheden impliceert  ook een soort activisme, aldus Haro: 'Opkomen voor de meest elementaire mensenrechten, en ook sociale betrokkenheid. We zijn natuurlijk geen activisten, geen leiders, maar situaties als in Mexico dwingen je positie te kiezen. De macht moet een tegenwicht hebben en de politieke partijen hier vormen geen tegenwicht, evenmin als de ondernemersorganisaties of de vakbonden. In regio's als Baja California geldt dat niet eens voor de sociale organisaties. Daarom heeft de onafhankelijke pers zo´n belangrijke rol. Wij kunnen dingen onderzoeken  en publiceren waar je anders niets over zou horen.'
Sergio Haro weet als geen ander hoe moeilijk zijn werk is  voor zijn gezin: zijn vrouw en zijn zoon. 'Die worden meegesleept in situaties die ze niet opgezocht hebben. Hun enige zonde is dat ze dicht bij mij zijn. Maar we praten er veel over. Mijn vrouw is zich heel bewust van wat er speelt, mijn zoon ook. Die heeft een hoop voor zijn kiezen gekregen. Zoals toen hij ontdekte dat gewapende mannen ons bewaakten, als hij ze zag wanneer hij uit school kwam, of af en toe niet naar school kon uit veiligheidsoverwegingen.
Aan de andere kant vormt dit soort dingen je ook, je weet waar je staat. En we weten ook wat we moeten doen. Dat je niet niets kunt doen, dat je niet kunt weglopen. Kijk, we zijn geen helden, geen martelaren, geen apostels of wat dan ook. Wij proberen simpelweg de taak uit te voeren die ons toekomt, in de hoop de autoriteiten hún taak doen, en de rechters, en de ondernemers, de andere media. Het enige alternatief is niets doen en afwachten tot het geweld ons zelf treft.'

Belangrijk voor Haro is dat de documentaire bijdraagt aan een rehabilitatie van het beroep van reporter. 'Want het leek erop dat wij reporters in Mexico dit alleen deden omdat we geen ander werk konden vinden, en dus maar journalist zijn geworden. Alsof we wachten tot we op een dag een echte baan vinden. Maar wij zijn verslaggevers omdat we dit werk belangrijk vinden en we proberen het zo goed en professioneel mogelijk te doen. Veel reporters in Mexico zijn heel betrokken. Helaas beleven wij tijden van geweld en helaas zijn wij gedwongen daarvan verslag te doen.'

De film laat zien dat er nog steeds jongeren zijn die in de voetsporen van Sergio Haro en zijn collega´s willen treden en als reporter aan de slag willen. 'Ja, dat is belangrijk. Wij  moeten het voorbeeld geven. Sommige jongeren worden bang, maar anderen komen naar ons toe en zeggen: ik ben het met jullie eens en wil graag met jullie meewerken. De volgende generatie zal het moeten overnemen. Zo ben ik er zelf ook ingerold. Mijn voorbeeld was Jesús Blancornelas, de oprichter van Zeta.'.
Sergio Haro kent de risico´s van het vak dat hij uitoefent, maar peinst er niet over het de rug toe te keren. 'Als je terugkijkt, naar alle moorden op collega´s, ga je natuurlijk wel denken: dat kan mij ook gebeuren op een dag. Helaas is het de dynamiek van deze regio in de laatste 20 jaar.

Maar ik heb nooit een dag spijt gehad. Ik zou me niet kunnen voorstellen dat ik iets anders zou doen. Soms is het werk bitter, zwaar, verschrikkelijk, maar het heeft ook een  tegenkant: het geeft veel adrenaline. Er gebeurt een hoop en jij staat bovenop wat er in de wereld om je heen gebeurt. Wij reporters zijn toch de getuigen op de eerste rij. Dat blijft ons motiveren.'