vrijdag, 10 mei 2019
Hoewel de helft van de wereldbevolking vrouw is, wordt maar iets meer dan een kwart van de managementfuncties bij mediabedrijven door een vrouw ingevuld. Onze partnerorganisaties werken er hard aan om deze kloof te dichten. In dit artikel vertellen drie organisaties over hun aanpak om vrouwen naar leiderschapsfuncties toe te helpen.

Motunrayo Alaka, Wole Soyinka Centre for Investigative Journalism, Nigeria

Motunrayo AlakaMotunrayo Alaka, coördinator van het Wole Soyinka Centre for Investigative Journalism (WSCIJ), heeft de missie om het aantal vrouwelijke hoofdredacteurs in Nigeria op te schroeven. 

“Een paar jaar geleden hadden we in het hele land maar twee vrouwelijke hoofdredacteurs,” vertelt Alaka. “Niemand zei expliciet dat vrouwen geen leiderschapsposities mochten bekleden, maar ook niemand sprong op de bres voor vrouwelijk leiderschap.”

Met steun van Free Press Unlimited startte WSCIJ het Female Reporters Leadership Programme. De culturele verwachting dat vrouwen in Nigeria het huishouden bestieren, kan hun ambitie om leiding te geven in de weg staan, legt Alaka uit. Maar in veel gevallen is die ambitie er helemaal niet: “Het komt niet eens in ze op. Ze vinden het vanzelfsprekend dat zij als vrouw op de tweede plaats komen. Wij maken vrouwen ervan bewust dat ze prima leiding kunnen geven als ze dat willen,” zegt ze. 

Tijdens het programma, dat zes maanden duurt, krijgen vrouwelijke journalisten training en worden door mentoren begeleid. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij niet alleen hun leiderschapscapaciteiten ontwikkelen, maar ook verslaggeving van hoge kwaliteit nastreven. “Onze boodschap is niet dat je als vrouw gewoon aanwezig moet zijn, maar juist dat je ook goed werk moet leveren. Als je een redactie aan wilt sturen, moet je een fantastische verslaggever zijn,” zegt Alaka. 

“Vrouwen doen meer dan kinderen baren en eten koken. We sturen organisaties aan, veranderen de wereld, onderhouden gezinnen en zijn toonaangevend in de oliebranche, de luchtvaart en als ingenieurs. We kunnen meepraten en moeten zelfverzekerd zijn.”

Tidiani Togola, Tuwindi, Mali

tidiani togola of tuwindiIn Mali zijn vrouwen nauwelijks zichtbaar in de media. Van alle mensen die op het journaal en in de krant verschijnen - als journalist, presentator, of expert of getuige die wordt geïnterviewd - is maar 14 procent vrouw. Ook in het management schitteren vrouwen door afwezigheid. 

Dit bleek uit een onderzoek van Tuwindi, een organisatie die de ontwikkeling van de media ondersteunt. Tidiani Togola, CEO van Tuwindi, was geschokt door dit percentage. Met steun van Free Press Unlimited startte Tuwindi het keurmerk Gender, Independence and Professionalism (GIP-keurmerk), een kwaliteitsstandaard voor mediabedrijven die aantoonbaar streven naar gendergelijkheid. 

“Mensen in Mali doen al decennia beloftes om de gendergelijkheid te verbeteren, maar komen die beloftes niet na. Bij ons moeten organisaties bewijzen dat ze echt moeite doen om bewuster met gender om te gaan,” vertelt Togola. 

Het keurmerk krijgen ze niet zomaar. Mediaorganisaties moeten aan ten minste 21 van de 30 voorwaarden voldoen. Een aantal van deze voorwaarden is specifiek bedoeld om organisaties te stimuleren vrouwen in het management op te nemen. Zo moet minstens 30 procent van de topposities van een mediabedrijf uit vrouwen bestaan. Ook moeten vrouwen hetzelfde verdienen als mannen in gelijksoortige functies.

In januari werden de eerste GIP-keurmerken toegekend aan zes mediaorganisaties. Er waren in de beginfase in totaal 14 deelnemers. Elke organisatie moest veranderingen doorvoeren om het keurmerk te krijgen: Vier organisaties moesten eerst contractben tekenen met vrouwelijke medewerkers. “Vaak krijgen vrouwen geen contract als zij ergens werken, terwijl mannen dat wel krijgen. Dat is zo zonde,” legt Togola uit. In twee gevallen werden vrouwen aangenomen voor leiderschapsfuncties om aan de GIP-voorwaarden te voldoen. 

Togola is trots op deze resultaten, die het keurmerk al in zijn eerste levensjaar wist te bereiken. “De dialoog over gendergelijkheid was al tien jaar bezig, maar er veranderde nooit iets. GIP toont aan dat je met alleen beloftes geen verandering kunt bewerkstelligen: je moet bewijzen dat je er moeite voor doet.”

Abdilaziz Musa, Media INK, Somalië

Ook in Somalië en Somaliland hebben vrouwen geen stem in de media. “Ik zie de media als instrument voor maatschappelijke verandering. Maar hoewel in dit land 55 procent van de inwoners vrouw is, lees je nooit iets over de problemen waar zij mee te maken krijgen, zoals reproductieve rechten en veiligheidskwesties,” zegt Abdilaziz Musa, programmadirecteur bij Media INK, een Somalische organisatie voor mediaontwikkeling en partner van Free Press Unlimited. 

Media INK heeft jarenlange ervaring met het opleiden van Somalische journalisten, maar de organisatie had lang moeite om voor dit programma ambitieuze en getalenteerde vrouwen aan te trekken. Veel Somaliërs zien de journalistiek als “vies werk,” waardoor ouders liever niet willen dat hun dochter dit vak kiest. Ook mediabedrijven discrimineren: “Ze snappen het gewoon niet, ze nemen liever een man aan dan een vrouw,” vertelt Musa. 

Media INK bedacht een onorthodoxe manier om meer vrouwen binnen te halen in de journalistiek: “De journalistieke training die wij aanbieden is een belangrijke drijfveer. De training is erg goed, mediaorganisaties willen graag meedoen. Dus toen zeiden wij: als je mee wilt doen met onze training, moet je voor elke mannelijke deelnemer ook een vrouw sturen.” En dat was niet alles: om families over te halen hun dochters naar deze training te sturen, moesten Musa en het team van Media INK vaak persoonlijk garant staan voor hun veiligheid.   

Het plan werkte. Nu is 45 procent van de deelnemers aan de trainingen van Media INK vrouw. Sommige vrouwelijke deelnemers zijn later manager of hoofdredacteur geworden. Hierin ziet Musa het bewijs dat gelijkheid haalbaar is - maar niet zonder moeite. “Hieruit blijkt duidelijk dat gendergelijkheid niet vanzelf komt. Je moet erin geloven en daar proactief naar handelen,” zegt hij.