dinsdag, 16 april 2019
Overal ter wereld zoekt de media naar manieren om onafhankelijke journalistiek op de lange termijn rendabel te maken. In landen waar de persvrijheid beperkt is, vormt het vinden van gezonde verdienmodellen vaak een nog grotere uitdaging. We bespraken met drie van onze partners de obstakels waarmee zij worden geconfronteerd en hun strategieën om deze te omzeilen.

Enrique Gasteazoro, Confidencial, Nicaragua

Enrique Gasteazoro of ConfidencialEen jaar geleden was het al lastig om in Nicaragua een onafhankelijk medium draaiende te houden, vertelt Enrique Gasteazoro, CEO van Confidencial. Toen het land getroffen werd door de zwaarste politieke crisis sinds de burgeroorlog, droogden bestaande inkomstenbronnen op en werd het duurder en gevaarlijker om onafhankelijke journalistiek te produceren. Het medium moest harder vechten dan ooit om het hoofd boven water te houden.

“Het afgelopen jaar hebben we ons model meerdere keren moeten omgooien,” vertelt Gasteazoro. “Voor de crisis waren we al bezig om onze wendbaarheid te vergroten, dus we waren in staat om op deze verandering in te spelen. Toch hadden we niet verwacht dat het zo snel zou gaan,” zegt Gasteazoro.

Confidencial is een van de weinige onafhankelijke mediabedrijven in Nicaragua. Het verzorgt een nieuwswebsite, een wekelijks tijdschrift en twee wekelijkse televisieprogramma's die momenteel door censuur alleen op YouTube en social media te bekijken zijn. In april 2018 werden anti-overheidsdemonstraties hard neergeslagen door groepen uit de achterban van president Daniel Ortega en vicepresident Rosario Murillo. In de maanden die volgden stierven honderden Nicaraguanen ten gevolge van de onlusten. De persvrijheid werd ernstig ingeperkt.

“Onder normale omstandigheden kun je als organisatie met zelfkennis en een duidelijk doel creatief en innovatief zijn, maar in tijden van diepe crisis zijn deze elementen zelfs van levensbelang" - Enrique Gasteazoro

Door de onafhankelijke verslaggeving van Confidencial, werden de journalisten van het bedrijf bedreigd, lastiggevallen en soms zelfs aangevallen. Een aantal journalisten zagen zich genoodzaakt het land te ontvluchten. In december deed de politie een inval op het redactiekantoor en de televisiestudio, dat later in beslag werd genomen. De crisis had ook ernstige gevolgen voor de financiële overlevingskansen van Confidencial. De reclame-inkomsten van de televisieafdeling daalden scherp: het geweld veroorzaakte een economische crisis, waardoor bedrijven minder te besteden hadden. Bovendien trokken een aantal bedrijven hun reclames terug omdat ze bang waren voor represailles als zij zich met Confidencial bleven inlaten.

Ondanks de plotselinge veranderingen zette Confidencial gestaag door. Met steun van Free Press Unlimited is het bedrijf druk geweest met het ontwikkelen en testen van nieuwe digitale strategieën om censuur te omzeilen en verdienmodellen om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. Het medium heeft al wat succes geboekt met een nieuw model wat tussen een digitaal abonnement en een crowdfund-campagne ligt. Ze ontwikkelden ook nieuwe initiatieven in Costa Rica, waar veel Nicaraguanen wonen, zoals een segment voor één van de belangrijkste nieuwsprogramma's in het land. Confidencial zet vooral in op YouTube en wil daar het bereik vergroten en meer inkomsten genereren.

De situatie in Nicaragua is nog steeds onstabiel en de toekomst blijft onduidelijk voor Confidencial. Om telkens weer te kunnen veranderen, is het essentieel dat het bedrijf een duidelijke strategie heeft, zegt Gasteazoro.

“Onder normale omstandigheden kun je als organisatie met zelfkennis en een duidelijk doel creatief en innovatief zijn, maar in tijden van diepe crisis zijn deze elementen zelfs van levensbelang.”

Nataliya Gumenyuk, Hromadske, Oekraïne

Nataliya Gumenyuk of HromadskeHromadske is een online- en satelliettelevisiekanaal in Oekraïne. Het zendt neutrale, publiek geörienteerde programma's uit in een medialandschap dat wordt beheerst door politieke en zakelijke belangen. Head of Organisation Nataliya Gumenyuk heeft zich erbij neergelegd dat het grootste deel van de inkomsten van Hromadske momenteel bestaat uit donorgeld, bijvoorbeeld van buitenlandse overheden en NGO's.

Het probleem is dat er in Oekraïne heel weinig “schoon geld” beschikbaar is voor onafhankelijke media, legt Gumenyuk uit. Het overgrote merendeel van de bestaande mediakanalen is eigendom van politici en magnaten uit de zakenwereld of wordt door hen beïnvloed. Hierdoor moesten de oprichters van Hromadske hun oorspronkelijke plan - om grote investeerders voor de zender te werven - laten varen. “In Oekraïne kun je eigenlijk geen groot bedrijf hebben zonder ook in de politiek te zitten, dus moesten we van dit idee afstappen,” zegt Gumenyuk.

“De markt is ondeugdelijk. Zelfs op regionaal niveau hebben lokale mini-magnaten hun eigen televisiezender,” vertelt ze.

Gumenyuk is trots op alles wat Hromadske met beperkte donormiddelen heeft weten te bereiken. Het medium heeft ongeveer 150 medewerkers, veel minder dan de meeste commerciële zenders. “Wat we doen is heel doeltreffend, het heeft impact. Ik vind de discussie over loskomen van donors niet constructief. Wat kun je anders, als er geen schoon geld is?”

Toch is Hromadske een van de meest innovatieve mediabedrijven in Oekraïne en doet het veel moeite om zelf inkomsten binnen te brengen. In 2018 heeft het geëxperimenteerd met verschillende verdienmodellen, waaronder de verkoop van uitzendrechten van documentaires en het organiseren van een liefdadigheidsconcert. Sinds kort ondersteunt Free Press Unlimited Hromadske bij het ontwikkelen en testen van nieuwe verdienmodellen.

Net als voor Gasteazoro is een duidelijke strategie voor Gumenyuk onmisbaar. “Een duurzaam instituut is gestoeld op een centraal idee. Het beweegt duidelijk een bepaalde kant op en is daardoor heel transparant voor belanghebbenden, het publiek, voor de oprichters én voor mogelijke investeerders,” zegt Gumenyuk.

Owais Aslam Ali, PPF, Pakistan

Owais Aslam Ali of PPFOwais Aslam Ali is Secretaris-Generaal van de Pakistan Press Foundation (PPF). Hij is ervan overtuigd dat het gangbare verdienmodel van de media in Pakistan de kwaliteit van de journalistiek in zijn land schaadt.

“Het verdienmodel is bijzonder gebrekkig. Het bevordert middelmatige verslagen en moedigt immorele journalistieke praktijken aan,” vertelt hij.

Owais Aslam Ali legt uit dat er in alle grote steden van Pakistan tientallen mediakanalen zijn. Zij halen het grootste deel van hun inkomsten uit advertenties, maar zoals veel mediabedrijven merken, zijn de advertentiebudgetten beperkt. Veel journalisten leveren stukken voor een habbekrats - of zelfs voor niets - en moeten elke dag enorm veel werk produceren. Hierdoor is volgens Owais Aslam Ali “het overgrote merendeel van de journalistiek gebaseerd op persberichten of verslaggeving van gebeurtenissen.”

Met de Investigative Journalism Fellowship van PPF wil Owais Aslam Ali de onderzoeksjournalistiek bevorderen in een land waar de media er nauwelijks geld voor heeft. Via dit programma kunnen journalisten van kleine en grote bladen uit het hele land in drie maanden hun onderzoeksjournalistieke vaardigheden ontwikkelen. Zij ontvangen een beurs, zodat ze zich volledig kunnen richten op grote onderzoeksprojecten, die zij uitvoeren met behulp van mentorschap door ervaren journalisten.

Het mag dan geen oplossing zijn voor het gebrekkige verdienmodel in Pakistan, maar dankzij het programma van PPF kunnen de journalisten daar op zijn minst nieuwe vaardigheden leren en de kwaliteit van hun werk verbeteren. Owais Aslam Ali is blij dat de onderzoeksprojecten uit het fellowshipprogramma zoveel aandacht hebben gekregen.

“Zo besteedde de grootste krant van Pakistan, Dawn, wel anderhalve pagina aan een verhaal over de slechte behandeling van gevangenen - dat is heel zeldzaam,” vertelt hij. Een andere deelnemer aan het programma, Niaz Ahmad Khan, ontving tijdens de Pakistan Data Journalism Awards de prijs voor beste actualiteitenonderzoek van het jaar.

Owais Aslam Ali: “Wij bieden de media verhalen waar ze zonder deze fellowship geen verslag van hadden kunnen doen.”