“Na de winter komt de lente” – Afghaanse evacuees op bezoek bij Free Press Unlimited

Nieuws
Afghaanse evacuees en emergency team bij Free Press Unlimited

Dinsdag 30 augustus, iets meer dan een jaar nadat de crisis in Afghanistan in volle hevigheid losbarstte, kwamen Mahbooba Siraj en Nematullah Khosh Ahmadi langs bij Free Press Unlimited. Een bijzonder moment, nadat er een jaar geleden hard is gewerkt door het emergency support team om hen en 23 anderen te evacueren naar Nederland. Hoe is het ze vergaan?

Na het evacueren van Afghaanse mediaprofessionals naar Nederland, is Free Press Unlimited betrokken gebleven. Als mentale support, maar ook door middel van het financieren van een begeleidingstraject door RFG Magazine. RFG Magazine is een organisatie die zich inzet voor journalisten met een vluchtelingenachtergrond. Rob Hartgers, projectleider van RFG magazine, opent de bijeenkomst met een update.

Dit project kent vele uitdagingen,vertelt Rob. We begonnen met intakegesprekken, waarin we meer te weten kwamen over de achtergrond van die persoon, en waarmee we ze konden helpen. Samen proberen we ervoor te zorgen dat ze hun professionele leven weer op kunnen pakken. De mensen die werkzaam waren in de media proberen we te koppelen aan een Nederlandse journalist.
 

Successen en tegenslagen

Rob vervolgt: Onze originele planning was dat we tegen deze tijd de evacuees allemaal hadden gematcht met een buddy. Dat is nog niet gelukt, omdat zoveel van de evacuees nog steeds in AZCs zitten, ondanks dat ze asiel hebben gekregen, vanwege het woningtekort.” Een andere moeilijkheid is dat veel van de evacuees getraumatiseerd zijn door de gebeurtenissen voorafgaand en tijdens hun vlucht. Dit, en het ontbreken van een vaste woonplek, maakt het lastig om plannen te maken voor de toekomst.

Gelukkig is het toch gelukt om enkele successen te boeken. Zo is er een fotografieproject opgezet, New Voices, waar rond de 10 fotografen met een vluchtelingenachtergrond, waarvan twee Afghaanse fotografen die deel uitmaakten van de evacuees, aan mee hebben gewerkt. Het resultaat is een expositie die vanaf 10 november te zien is in de hoofdvestiging van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, en vanaf januari 2023 op andere plekken in het land. Ook zijn er netwerkbijeenkomsten met Nederlandse media geweest waar verschillende van de Afghaanse journalisten aan hebben deelgenomen.

Rob: We proberen ook sollicitatiegesprekken te realiseren bij Nederlandse media of andere werkgevers. Dat gaat door de omstandigheden nog moeizaam, en zal meer tijd gaan kosten. Daarom wil ik ook niet dat dit project eindigt aan het eind van dit jaar, zoals dat nu gepland is, maar deze mensen nog verder blijven ondersteunen.

Rob geeft aan dat er veel problemen zijn in het asielsysteem, en het wordt alleen maar erger. We werken met journalisten die al jaren, sommigen wel zes jaar, van AZC naar AZC verhuizen. We vragen wel eens aan het COA of ze journalisten dichter in de buurt van de randstad kunnen plaatsen, waar het makkelijker is om aan werk in de media te komen. Maar die verzoeken worden tegenwoordig niet eens meer beantwoordt.
 

De verhalen van Nematullah en Mahbooba

Nematullah Khosh Ahmadi komt oorspronkelijk uit Uruzgan, vanuit waar hij al 20 jaar als filmer en documentairemaker werkte voor verschillende mediaorganisaties in het land. Zo werkte hij onder andere aan de documentaire Kabul, city of the wind. Voor een andere documentaire heeft hij het meeste materiaal al geschoten toen hij nog in Afghanistan was. Toen ik vluchtte heb ik twee dingen meegenomen, mijn harddrive met het materiaal, en kleren voor mijn kind.Nu zoekt hij nog een editor om hem te helpen de documentaire af te maken. Daar probeert RFG Magazine hem ook bij te helpen. Nu heeft hij een woning en studeert hij Cinematic Studies, en probeert hij zijn documentaire af te maken.

Alle evacuees werkten voor Nederlandse organisaties, maar niet allemaal waren ze journalisten, er zaten ook mensen tussen die als fixer of voor NGOs werkten. Zo ook Mahbooba Siraj, voordat ze vluchtte werkte ze voor een NGO genaamd Afghan Child Education and Care Organisation (ACECO). In die rol kwam ze ook in aanraking met documentairemaakster Rachel Corner, die een documentaire wilde maken over het eerste orkest van Afghanistan dat volledig uit meisjes en jonge vrouwen bestond, veel van hen afkomstig van een muziekschool van ACECO. Zo werd Mahbooba Rachels fixer. Alle leden van het orkest zijn ook veilig weggekomen uit Afghanistan en bevinden zich nu in Portugal. Maar haar rol als fixer voor een documentaire met dit thema, maakte Mahbooba kwetsbaar voor de Taliban.

Mahbooba vertelt: Ik ben vorig jaar oktober in Nederland aangekomen. We vetrokken uit Kabul nadat de eerste chaos iets verminderd was. Ik kon met mijn man en zoontje wegkomen in een vlucht naar Islamabad, Pakistan. Daarna vlogen we verder naar Duitsland, en tenslotte werden we met de bus naar Nederland gebracht. Na een korte quarantaine periode in Zwolle kwamen we in het opvangcentrum in Harskamp terecht. Na anderhalve maand ontvingen we onze verblijfsstatus en kwamen we terecht in het zuiden van Nederland. Daar hebben we nog 2-3 maanden gezeten voordat we een huis in Krommenie kregen, waar we nu wonen.
 

Traumatiserende tijd

Het settelen in Nederland is niet gemakkelijk. De tijd voordat we Afghanistan ontvluchtten is traumatiserend geweest. Er was een moment dat ik naar het vliegveld in Kabul ging met mijn man, met de bedoeling te vertrekken, maar ik kon het niet en ben terug naar huis gegaan. Maar voor de mensen die in de militaire vliegtuigen meegingen moet het nog traumatiserender zijn geweest. Mijn vlucht was uiteindelijk goed, omdat we met een commerciele vlucht mee konden.

Toen we hier kwamen was er zoveel onzeker, we wisten niet wat voor toekomst we hier konden hebben. Je weet op de meeste vragen geen antwoord.Mahbooba breekt even, de emoties zitten nog altijd erg hoog. We hadden niemand hier,vervolgt ze. Ik had ook mijn 3 jarige zoon bij me, en het was heel moeilijk om hem van plek naar plek te laten verhuizen. En mijn familie was nog steeds in Afghanistan, en daardoor voelde ik me erg wanhopig. We wisten dat we veilig waren, maar mentaal voelden we ons niet zo. Maar nu wonen we in Krommenie en gaat mijn zoon naar een kinderdagverblijf. Ja, het gaat nu beter.
 

Hoop

Op de vraag wat haar hoop geeft antwoordt ze meteen: Mijn zoon.Ze vervolgt, Ik deed ontzettend mijn best, alleen maar voor hem. Ik weet ook: na de winter komt altijd de lente. Ik weet dat het beter zal worden. Ook als ik aan thuis denk, ook daar zal het beter worden. Ik heb hoop en geloof in positiviteit.

Deel deze pagina:

Onderwerp:
Afghanistan, 
Media in conflictgebieden