Nieuwe wet dreigt delen gegevens journalisten met inlichtingen- en veiligheidsdiensten te vergemakkelijken
In een recent gepubliceerde consultatie spreken we samen met de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) onze grote zorgen uit over de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wbnv). De wet is de opvolger van de Wiv 2017, en moet de AIVD en MIVD volgens de regering in staat stellen om tegenstanders van Nederland in de gaten houden en onze krijgsmacht te ondersteunen. Dat doel is legitiem, maar wij spreken onze ernstige twijfel uit bij de vraag of deze wet voldoende bescherming biedt tegen misbruik van de vergaande bevoegdheden die de diensten krijgen. De wet bevat namelijk te weinig democratische waarborgen om de persvrijheid te beschermen. Een wet die bedoeld is om onze democratie te verdedigen, moet diezelfde democratie niet op de tocht zetten.
Onze zorgen gaan onder andere over de volgende punten:
- Het wordt makkelijker om onverwerkte gegevens van journalisten met buitenlandse diensten en private partijen te delen. Spywarebedrijven, Palantir, de Amerikaanse overheid: de wet sluit onvoldoende uit dat journalistieke bronnen daar belanden.
- De wet sluit onvoldoende uit dat journalisten die naar bepaalde gebieden reizen of daar contacten onderhouden onderzocht worden onder het nieuwe ‘evidente tegenstander’ -regime
- Wettelijke waarborgen om het journalistiek brongeheim te beschermen hebben alleen zin als daar goed toezicht op gehouden wordt. Onder de nieuwe wet komen het budget en de communicatiemogelijkheden van de toezichthouder echter onder druk te staan, waardoor zij daar minder capaciteit toe hebben.
- Journalisten inzetten als agent past niet bij de rol van media in een democratie en brengt hen en hun bronnen in gevaar. De wet staat dit echter nog steeds toe, zónder rechterlijke toestemming.
Ten eerste komen er meer mogelijkheden om gegevens van journalisten met buitenlandse diensten en private partijen te delen zonder rechterlijke toestemming. Hoewel niet publiek bekend is met welke landen Nederland zo’n samenwerking heeft, baart dit zorgen. In verschillende landen waarmee Nederland normaliter goede relaties onderhield, zoals de Verenigde Staten, is sprake van een forse verslechtering van de democratische rechtsstaat. De veiligheid van journalisten en hun bronnen staat daar steeds vaker op het spel, en de risico’s van het onverwerkt delen van hun gegevens zijn vele malen hoger dan in het recente verleden. Het delen van ongeëvalueerde gegevens levert daarmee risico’s op voor de internationale contacten van journalisten met bronnen, hun reisbewegingen, online veiligheid/surveillance, en mogelijk zelfs transnationale repressie.
Het verleden leert bovendien dat de regering weinig doet om een journalist te beschermen als die onterecht op een terrorismelijst terechtkomt, zie bijvoorbeeld de zaak van de prijswinnende fotojournalist Sakir Khader, die daarvoor naar de rechter moest. Meer waarborgen zijn nodig om veiligheidsrisico’s voor de journalistiek te beperken, nu de wet onder andere samenwerking met toeleveranciers van spyware- en surveillancetechnologie onvoldoende uitsluit en inkadert.
Ten tweede kunnen de veiligheidsdiensten onder de nieuwe wet landen tot 'evidente tegenstander' benoemen. Iedere organisatie en persoon die daaraan 'gelieerd is' en aangestuurd wordt door zo'n staat, kan zonder extra toestemming onderzocht worden door de diensten. De regering zegt dat deze bevoegdheid niet op journalisten mag worden toegepast, maar dat staat niet in de wet. Bovendien waarschuwen wij dat 'gelieerd aan' vaag gedefinieerd is, waardoor de vraag is of journalisten die naar dergelijke landen reizen, daarmee communiceren of fixers daar betalen, niet alsnog onder de reikwijdte van de wet kunnen vallen.
Er is ook positief nieuws: in de nieuwe wet moeten de diensten voor alle bevoegdheden tegen journalisten rechterlijke toestemming vragen. Echter gaat die toestemming dan voor drie maanden gelden in plaats van de huidige vier weken. Bovendien wordt het onder de Wnbv alleen voor de veiligheidsdiensten mogelijk om tegen het rechterlijke besluit in beroep te gaan. Alleen de diensten hebben zo een ‘herkansing’: de journalist weet gedurende de procedure niet van het bestaan daarvan, en diens belang wordt ook niet op een andere manier vertegenwoordigd in de procedure.
Tenslotte maken we ons zorgen dat de diensten onder de nieuwe wet nog steeds journalisten in binnen- en buitenland inzetten als agent voor de diensten. Dat brengt journalisten en hun bronnen in gevaar, en past niet bij de rol van media in een democratie. FPU vraagt de regering om hier in het nieuwe stelsel mee te stoppen.
Door bovengenoemde risico’s komt het toezicht op de diensten verder onder druk te staan: er komen meer taken bij, zonder extra budget. Toezicht is voor de bescherming van journalisten extra belangrijk: de toezichthouders controleren of de diensten rechterlijke toestemming aanvragen voor het onderzoeken van journalisten en hun bronnen. Ook houden ze zicht op het delen van gegevens met het buitenland en de inzet van journalisten als agenten.
De coalitie moedigt de regering daarbij ook aan om zo concreet mogelijk weer te geven hoe de impact van deze wet op het maatschappelijk debat is gewogen. In tijden van antidemocratische krachten en toenemend wantrouwen in instituties is het van belang dat hier meer aandacht naar uitgaat. Zolang aan deze voorwaarden niet wordt voldaan, verzoeken wij het kabinet dringend het wetsvoorstel in te trekken.